• Saartje Baert

GRAND HOTEL EUROPA - Ilja Leonard Pfeijffer

Updated: Jan 16



Beste Ilja Leonard Pfeijffer


Ik koester het diepe verlangen dat u deze recensie nooit onder uw belezen ogen krijgt. Ik koester zelfs het verlangen om in het geheel geen recensie te schrijven over uw boek. Simpel, ik voel me te klein om voor u in m'n pen te kruipen. En uw werk voelt te groot om daar iets waardevols over te zeggen. Maar niet schrijven kan ik niet. Ik schrijf nu eenmaal altijd over wat ik lees. Alsof er binnenin iets roert dat een uitweg zoekt. En na 'Grand Hotel Europa' is er veel dat roert en een uitweg zoekt. Ik zou dat kunnen tegenhouden, maar dat zou een aanslag betekenen op mijn gemoedsrust.

Ik kies er dus voor om te laten stromen wat moet stromen en mijn ongetwijfeld ongegronde bezorgdheid over een eventuele inkijk door uw belezen oog even te parkeren.


Een beetje recensent heeft aan 10 pagina's betoog niet genoeg om zijn inzichten over een boek van dit kaliber neer te pennen.

Maar vrees niet. Ik ben 'geen beetje recensent'. Ik voel allesbehalve de behoefte uw tijd te ontsieren door u van de zoveelste inkijk te bedienen in iemands gedachten na het lezen van uw lijvig schrijfsel. Ik moet gewoon een paar zaken kwijt. Meer niet.


Het is al even geleden dat ik nog eens zo diep in het literaire glas heb gekeken. De onzekerheid die daarmee steeds gepaard gaat, stak wederom de kop op. Bij elke spitsvondige zinsnede, verholen uiting of tsunami aan namedropping, werd dit meisje kleiner. Dat effect heeft u op mij. Uw kennis, die u maar al te graag tentoonspreidt, is zó onnoemelijk rijk, dat het een mens doet verstommen en verstillen. Ik was met 'Grand Hotel Europa' aan mijn proefstuk toe wat uw schrijven betreft en u heeft, ik moet daar eerlijk in zijn, een diepe indruk nagelaten op mij. Ik was bij momenten zelfs een beetje bouche bée. Als een toerist die voor een imposant bouwwerk staat en zichzelf zo ontzettend nietig voelt.


Ik heb het gevoel nog altijd een beetje te moeten ontwaken na het lezen van uw meesterwerk. U heeft er niet voor teruggedeinsd werkelijk een vloedgolf aan informatie over uw lezer uit te kappen over uw geliefde Avondland. Een mens moet daarvan herstellen, echt. En ja, ik spreek over úw Avondland of Europa. Alsof u haar bezit. De kennis van haar verleden, het inzicht in haar heden en de visioenen over haar toekomst. U weet er kennelijk alles over.


U voelt voor mij zelfs een beetje aan als een soort verpersoonlijking van Europa. U hebt de gave om de tijd waarin u leeft te verwoorden "in marmeren zinnen, bronzen woorden en beelden van goud, zilver en jade". Net zoals Europa ademt ook u het verleden, teert u in het heden op dat verleden en kruist u de vingers dat dat verleden ook in de toekomst een onnavolgbare hoofdrol zal blijven spelen.


Alles wat dat roemrijke verleden in de weg zou kunnen staan, drukt u, in snoeiharde woorden, keihard de kop in. In Grand Hotel Europa is dat in de allereerste plaats de kop van het 'toerisme'. Maar ik moet u nageven, u hebt eigenlijk onder woorden gebracht wat ik al vaak gevoeld heb maar nog niet met m'n volle bewustzijn heb kunnen vatten. Ik probeer het even in m'n eigen bewoording samen te vatten: "Een toerist gaat op zoek naar authenticiteit in de wetenschap dat hij de enige is die doorheeft waar die authenticiteit zich bevindt. Van zodra hij in de smiezen krijgt dat nog andere indringers dat begrepen hebben, trekt hij weg naar nieuw onontgonnen land. Dat hij dus eigenlijk zelf datgene creëert waarvoor hij keihard wegrent, heeft hij dan weer níet in de smiezen."


U heeft het voortdurend over Venetië, een plek die ik al enkele keren mocht bezoeken en waar ik steeds het gevoel had rond te dwalen in een toeristische attractie. Speciaal opgezet, zo lijkt het, voor hordes aan vakantiegangers die de plek in groten getale en met veel duiten in hun zak komen bezichtigen. De wereld draait nu eenmaal om duiten. En dat weten ze daar in Venetië ook verdomd goed. Dat er nog weinig overblijft van de pure, gondelende Venetiaan van weleer, merk je aan alles. Zelf ben ik als de dood voor lelijkheid, karakterloosheid, façade, blasé. Ik krijg er een siddering van, ga bibberen en beven, waarna ik een opkomende boosheid probeer weg te meppen om vervolgens keihard weg te rennen van dat onhebbelijke gevoel. Zo ook, moet ik lichtelijk toegeven, in Venetië en in vele andere plekken in ons geliefde Europa waar de geschiedenis weelderig tieren mag en de toeristen dat maar al te goed beseffen.


Maar hoeveel vakantiegangers Europa ook binnendringen, ik hoop dat het verleden nog een leven lang zijn weg zal vinden om ons in te fluisteren hoe schoon en waardevol het is en hoe hard we ons best moeten doen om dat in ere te houden. Alle reizigers met afgeritste driekwartsbroeken, sokken in sandelen en een selfiestick torenhoog boven de tronie ten spijt.


Maar nu terug naar u. Ondanks de wijsheid die u in onze magen splitst, bent u geen orakel dat Europa in al z'n facetten kent. Ik moet mezelf ervoor behoeden me niet te laten neersabelen tot volledige aanname van alles wat u zegt doordat u een taal hanteert die zo meesterlijk is dat ze elke lezer stante pede van z'n onwetende sokken blaast. Compleet in zwijm duikelen door een façade van mooie woorden en gevatheid, ik zou het elkeen afraden. Mooie woorden dekken nu eenmaal de lading niet. U bent een man van het volmaakte woord, maar u bent niet volmaakt. Wat u zegt, is gefundeerd, getooid in een ongeziene schoonheid, doeltreffend, raak geschoten tot in de fijnste precisie... maar het is niet per definitie de waarheid. Ja, het is moeilijk niet meteen voor uw taalkundige virtuositeit door de knieën te gaan en alles wat u zegt, zonder kritische noot, zomaar te inhaleren. U bent immers één van de allergrootste schrijvers die op dit moment rondwaren in onze Lage Landen (in uw geval met een kleine omweg via Genua). Maar ik heb mezelf echt moeten inpeperen dat u anderzijds ook 'maar' een schrijver bent die probeert om datgene waar u in gelooft in een mooi jasje te steken.


Ik heb mijzelf er, met andere woorden, van moeten overtuigen dat ik me niet nietig moet voelen in uw literaire bijzijn. Velen struikelen over uw woorden en zinnen en zetten uw boek al snel weer in de kast bij de L van Literatuur. Niet omdat ze niet in staat zijn te genieten van wat u brengt, maar omdat u imponeert. En dat ligt niet aan u. U doet gewoon datgene waar u in uitmunt: schrijven. Ik hoop dat u dat vooral nog heel lang zal blijven doen.

Maar ik durf me al eens druk te maken in die elitaire zweem die rond literatuur zweeft. Precies die zweem maakt mij onzeker en laat mij zelfs een artikel beginnen met de woorden 'ik hoop dat u mijn recensie niet leest'. Komaan, zeg?! Dus misschien is mijn schrijven niet zozeer aan u gericht, dan wel aan mezelf én aan de lezer.


Ik was geen 'beetje recensent', weet u nog? Ik hou het dus graag hier bij.


Lieve lezer, tot slot nog even deze boodschap voor u.

Neem die ode aan Europa uit de kast. Geef de heer Pfeijffer enkele pagina's de tijd om jou rond z'n vinger te winden en lees dan gestaag verder. De kans is groot dat je je meermaals nietig zal voelen. Of onzeker. Klein. Maar ik acht de kans nog groter dat je zal smullen van deze man z'n onnavolgbare pen én van z'n heerlijke verhaal. Want oh, ja, wat heb ik dat gedaan.


Getekend met de meeste hoogachting en een pak minder onzekerheid dan voorheen (schrijven werkt écht therapeutisch, dat weet u zelf ongetwijfeld ook),


Saartje







152 views

Recent Posts

See All