• Saartje Baert

TANTE POLDI en de Hemelse Vruchten - Mario Giordano


"Daar is ze, daar is zeuh!"

Bovenstaande kreet is me net niet ontglipt toen ik mijn oude Siciliaanse vriendin met haar Hemelse Vruchten in m'n brievenbus vond! Ik beheerste me. Maar ik had haar stante pede tegen de borst willen drukken, zo verheugd was ik bij ons weerzien. Zij daarentegen zou me bij het zien van m'n ongebreideld enthousiasme ongetwijfeld een norse blik hebben toegeworpen om me vervolgens kordaat en zonder gêne weg te zetten met de gevleugelde woorden: 'Saartje, kusmedekont!'


Wat een stoere chick toch, die Tante Poldi. 60 jaar is ze, maar zó boor-de-vol kapoenerij. Wordt het haar ten strengste verboden om zich te mengen in een lopend politieonderzoek, dan is het precies dát wat Tante Poldi doet.

Is het een slecht idee om af te spreken met de hoofdverdachte van een moordonderzoek, dan mag je er prat op gaan dat de Tante, jawel, in een mum van tijd op 'verdachtes sofa' aan een heerlijke koffie zit te slurpen.


Zo is ze, verrukkelijk tegendraads en eigenwijs. Uitermate vol van zichzelf. Allemaal karaktereigenschappen die ik in het echte leven niet bepaald aantrekkelijk vind, maar waar ik, in het geval van Tante Poldi, alleen maar meer van wil!


"Kusmeallemaaldekont!"


Poldi heeft ook in dit 2e deel van haar crimi-reeks een heuse moordzaak te ontsluieren. Wanneer ze na een feestje op Avola's wijndomein (met annex wilde nacht) op het dode lichaam van Madame Sahara stuit, krijgt ze haar speurneus niet in bedwang. Ze moet en zal te weten komen wie deze vrouw het leven heeft ontnomen. Ze beslist om niet meteen de politie te betrekken, maar eerst zelf een sporenonderzoek op touw te zetten. En eventueel wat sporen te ontvreemden, dat ook. Dat dat eigenlijk de job is van haar minnaar én rechercheur, Vito Montana, én dat hij haar met klem heeft verboden zich ooit nog vast te bijten in zijn zaak (cfr. boek 1), is bijzaak. Poldi laat zich niet zomaar parkeren. Ook niet door politiemannen in overheerlijke uniformen (daar is ze gek op). Ze verbindt zelfs nog 2 extra speurders aan haar team: padre Paolo en de droefgeestige signora Cocuzza. Een bende ongeregeld is het minste wat je over dit trio kan zeggen.


"Mensen die nooit iets geschifts doen, zijn uiterst verdacht."

Ondertussen voelt Poldi ook nog de hete adem van De Dood in haar nek. Op geregelde basis strijkt hij in hoogst eigen persoon neer op haar sofa om haar in te lichten over haar nakende dood. Dat hij zich in het voorspellen van die sterfdatum al eens schromelijk durft te vergissen - hij is tenslotte ook maar een 'mens' met belabberde werkuren, oversten die weinig geven om de levenskwaliteit van hun werknemers met oververmoeidheid tot gevolg - moet Poldi er maar bijnemen.


Poldi's avonturen worden verteld vanuit het standpunt van haar neef uit München. Hij betrekt een aantal keer per jaar haar zolderkamertje om in alle rust aan zijn boek te werken (waar Tante Poldi niet het minste geloof in heeft en wat ze ook niet onder stoelen of banken steekt). Dat hij door de zussen van Tante Poldi werd gevraagd haar excessief drankgebruik ook wat in het oog te houden, houdt hij wijselijk voor zichzelf...


"Het project Doodzuipen met zeezicht leek voorlopig nog steeds on the rocks te liggen."

Het leuke is dat de neef de escapades van zijn tante voor geen ene meter filtert. Het ongecensureerde verhaal vol leugens, fantasieën, geheimen... dat hij te horen krijgt van Tante Poldi herself, is precies het verhaal waar wij als lezer mogen van meesmullen. Het reilen en zeilen van de neef zèlf, zijn worsteling met boek en leven, wordt maar met mondjesmaat prijsgegeven. Tante Poldi krijgt hoe dan ook de volle spotlight. Ze zou ook niks anders willen.


Schrijver Mario Gordiano heeft een pen die weinigen gegeven is: zo smeuïg, zo vernuftig, zo poëtisch, zo rechttoe rechttaan... Ik genoot van de wel uitgekozen woordkeuzes in het boek, van de kronkelige zinsconstructies, van de absurditeit, van de uitwerking van de personages, van de overbodige, maar broodnodige details, van de wendingen die het verhaal nam... Elk hoofdstuk wordt ingeleid door een bondige samenvatting van wat zal volgen. Je begrijpt er op dat moment geen ene snars van. Je weet alleen dat Poldi zich weer oeverloos in de nesten zal werken. Als vanouds. And I love it!


De cover van het boek doet de inhoud niet vermoeden. Ja, dit is een luchtig crimi-verhaal, maar de schrijfstijl is dat allesbehalve. De gemiddelde feelgood kan hier qua pengreep een puntje aan zuigen.

Giordano slaagt er op weergaloze wijze in om literatuur met luchtigheid te verweven én om het personage van Poldi in haar volle glorie en bijzonder geloofwaardig neer te zetten. Alsof ik zelf onder de Siciliaanse zon achter op de Vespa zit van Isolde Obbereiter, aka Tante Poldi.


"Het leven heeft zich nooit verplicht één of andere zin voor jou te bevatten. Je hebt dus altijd 2 mogelijkheden: Ofwel krijg je zorgrimpels of geruïneerd tandglazuur van het tandenknarsen. Of je zegt 'Namasté, accepteert het gewoon en drijft met de stroom mee."

Bon, dat ik vol ongeduld wacht op de vertaling van Deel 3 'Tante Poldi en de knappe Antonio' spreekt voor zich. Poldi is nog niet uitverteld en ik ben bijlange nog niet uitgelezen. En laat dat nu net een perfecte combo zijn!


Tot slot nog even de volgende quote. Voor een leerkracht Nederlands werkelijk om volledig in zwijm van te duiken. De neef vertelt hoe hij plots in een stroomversnelling geraakt wat het schrijven van z'n boek betreft. En dit is hoe hij het formuleert...


"Ik zat in een flow, ik was de magiër van de adjectieven, de meester van de meervoudig samengestelde zinnen, de koning van de metaforen, de dirigent van de gevoelens, de heerser over een leger van verbluffende maar volstrekt plausibele wendingen."

Wauw, kusmenudekont!






46 views

Recent Posts

See All