• Saartje Baert

IK GEEF JE DE ZON – JANDY NELSON



Dit boek lag al geruime tijd naast de bedstee te schreeuwen om aandacht. ‘Lees mij! Lees mij! Ik zal je niet teleurstellen!’ Maar altijd was er wel een boek dat ‘Ik geef je de zon‘ te snel af was. Om god weet welke reden. Maar de anderen waren sneller.

Tot nu.


Toen we op vakantie vertrokken en ik in extremis nog wat boeken bij elkaar zocht om de vrije tijd (die er niet zou zijn, dat wist ik toen al), mee te doden, griste ik in de vlucht deze ‘aandachtsschreeuwer’ mee. Wie weet zou ik ergens tussendoor wel eens tijd vinden om dan toch eens kennis te maken met dit kleurrijke boek (die kaft, jammie). ’s Avonds laat of bij het krieken van de dag? Of tijdens een bergtochtwandelingpauze misschien? (yeah right).

(Geef mij nu maar van je allerbeste tromgeroffel want….)


Ik ben terug van vakantie en het boek – is – uit! We hadden een erg fijne reis die tot de nok toe gevuld was met allerhande activiteiten, maar tóch slaagde ik erin om het boek uit te lezen. Al na enkele dagen zelfs. Vraag me niet wanneer ik dat deed, maar ik deed het. En dat had maar 1 reden: dit boek is goeoeoed.


Jude en Noah zijn 1. Je kan dat eigenlijk niet anders omschrijven. Ze zijn een tweeling en dus, in theorie, 2 verschillende personen, maar in praktijk kloppen hun harten volledig synchroon. Ze kennen elkaar nog beter dan ze zichzelf kennen. En ze zouden álles voor elkaar doen. Elkaar de zon geven zelfs mocht dat nodig zijn . JudeenNoah = one team! Althans, bij aanvang van het verhaal toch… Wanneer een tragische gebeurtenis hun beider levens compleet overhoop haalt, is er van die eenheid nog weinig te merken. Integendeel, ze gaan elkaar volledig uit de weg. Het hele heelal staat tussen hen in. En dat is even schrikken als lezer want het contrast met eerder is gigantisch groot…


Wanneer je het verhaal begint te lezen, maak je direct kennis met de 13-jarige Noah. Hij heet je meer dan welkom in zijn kleurrijke kunstenaarshoofd. Je verwacht dat de schrijver dit éénzijdige perspectief zal aanhouden tot op het einde van het boek, maar dat blijkt niet zo te zijn. In hoofdstuk 2 neemt de 16-jarige Jude het feilloos van haar broer over. Jude en Noah pingpongen zich op die manier een weg doorheen het verhaal. Dat wisselend vertelperspectief in combinatie met de voortdurende tijdsprongen is verfrissend, het maakt je nieuwsgierig, licht tipjes van sluiers op, maar dekt de tipjes snel ook weer af. Het houdt je neuskrullend in spanning voor het vervolg van het verhaal. En wat doet een mens dan? Blijven verder lezen natuurlijk (ook al zou die mens op dat uur van de dag beter de slaap vatten bijvoorbeeld).


Ik heb zó enorm genoten van de schrijfstijl van Jandy Nelson. Die is ‘ravissant kleurrijk’ te noemen. Zeker wanneer er vanuit het perspectief van Noah wordt verteld. Hij ziet het leven letterlijk in kleuren.


‘De lucht is blauw geworden, azuur, en de zee nog blauwer: diepblauw. De bomen zijn draaikolken van alle supergrave kleuren groen die er op aarde bestaan, en een helder eierdooiergeel valt overal overheen…’.


Nog voor hij een kunstwerk op papier uitwerkt, heeft hij het al helemaal in zijn hoofd gecreëerd. Met alle kleuren erop en eraan. Daarnaast schrijft Nelson ook zeer beeldend. Vooral wanneer ze de gedachten van Jude en Noah in taal bevat. En dat geeft enorm veel kleur aan het verhaal. Lees: ‘Man overboord, zegt hij zacht en hij slaat zijn armen helemaal om me heen en we lachen en dan zijn we stil, want wie wist dat het zo zou kunnen voelen om te zoenen, dat het landschap van binnenuit zou veranderen, dat de oceanen zich zouden omkeren, de rivieren de berg op zouden stromen en de regen zou gaan stralen.’ Tjonge, jonge jonge, om duimen en vingers vanaf te likken, vind ik dit. Toch?!


De liefde kronkelt zich werkelijk een weg doorheen het verhaal. In al zijn vormen en facetten. Ouder-kindrelatie. Tweelingliefde. Romantische liefde. Afgewezen liefde. Ontluikende liefde. Maar altijd van de verwoestende soort. Of van de soort die zou kunnen verwoesten maar het vooralsnog niet deed. Dat maakt het lezen heel intens. Heerlijk.


‘Ik geef je de zon’ is een aanrader, Lieve Lezer. Maar leg het boek niet naast de bedstee want hij zal je slaap verwoesten (zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb).


Tot slot nog een citaatje van niemand minder dan Maestro Picasso himself. Het is een citaat dat in mijn hoofd is blijven zinderen. Ook nu het boek opnieuw in het rek is komen te staan, blijft het spoken. Want het is zó juist wat de man ons hier gratis en voor niks meegeeft: ‘Ieder kind is een kunstenaar. Het moeilijke is om er één te blijven als je volwassen wordt.’

7 views

Recent Posts

See All